Zijn of azijn; een modern sprookje - Huib Kraaijeveld

 

Er was eens een groepje eenden dat leefde in een meer met in het midden een eiland. De meeste eenden zwommen de hele tijd rond, sommigen bleven liever vaak op het eiland - alle eendjes deden wat ze deden. En dat ging best goed. Maar soms misten de eendjes elkaar een beetje, of waren bang dat andere eenden ook in het meer zouden komen en hen weg zouden jagen, of dat het kroos opraakte op de plekken waar het altijd geweest was. En dan wilden ze graag even bij elkaar komen en daarover kwekken. Alleen vonden sommige eendjes het helemaal niet leuk om op het eiland te zijn, en werden anderen weer helemaal doof van hoe hard er dan gekwekt werd....... dus dat ging niet altijd even lekker. En daardoor zochten ze soms op de verkeerde plekken naar kroos, of merkte niet eens dat andere eendjes het weghaalden.

Vier van de eendjes waren in de grote stad een zaadje van een nieuwe plant tegengekomen. "Een hele mooie plant, hoor!" zei de verkoper. En dat zagen ze zelf ook wel aan het plaatje! En alle vier fantaseerden ze er een end op los van hoe mooi het zou zijn om zo'n plant te hebben - ze zagen het (vier ‘het’s) al helemaal voor zich. En op een dag, toen het al donker geworden was, gingen ze om een grote berg lekker kroos zitten om van die vier 'hets' er nou eens eentje te maken.

Kwik had veel zin in die nieuwe mooie plant, ook wist-ie niet precies wat voor kleur hij zou hebben en waar hij dan zou moeten staan.... hij had wel ideeën, maar die waren nog open. Maar hij wist wel zeker dat als die plant op hun eiland zou groeien, hij het veeeeeel leuker vond om lekker op het eiland te zitten en dan kwamen alle ideeën vanzelf! Dat wist-ie nog wel van de keren dat er toevallig wilde bloemen gingen groeien en bloeien. En misschien kwamen de andere eendjes dan ook liever en vaker, en zouden sommigen niet zo hard meer kwekken - dan kon iedereen z'n kwakkie doen!

"Niks op het eiland zaaien!", kwekte Kwak, "Meteen ruilen voor kroos uit het meer in het Oosten! Dan hebben we er tenminste wat aan; anders staat die plant maar een beetje te groeien en bloeien op ons eiland. En als de buureenden dat zien, dan kopen zij in de grote stad meteen de hele zaadgroothandel op. En piesen wij naast het meer."

"Maar hoe hoog wordt die plant dan, en wat voor kleur bloemen komen eraan? En van welke andere planten is-ie familie? En wat levert het dan op als de andere eendjes ook meer op het eiland komen? Krijgen we dan meer kroos?", vroeg Kwek aan Kwik, terwijl in de berg kroos spetterde. "Uuuh.....", mompelde Kwik. "Ja, want als-ie niet tenminste één meter hoog wordt en blauwe bloemen krijgt, vind ik het zonde om hem nu te poten en water te geven..... Ik wil eerst zien hoe hoog-ie wordt en wat voor kleur en daarna krijgt-ie pas aarde en water!", voegde Kwek stellig eraan toe. "Heeft er niemand een boek over planten en hoe je die plant en lang het dan duurt en hoe groot ze worden en wat voor kleur ze krijgen bij zich?" Kwuk opperde voorzichtig dat zo'n nieuwe plant daar vast nog niet in zou staan.

Zo kwetterden de vier eendjes nog drie uur door, en met zo veel gekwaak dat de hele berg kroos wegspetterde zonder dat ze er erg in hadden (behalve door een paar kleine stukjes die toevallig hun snavels invlogen). Toen vroeg Kwuk aan Kwik: "Wat voor ideeën krijg jij dan bijvoorbeeld, als zo’n mooie plant er zou staan? En zijn de andere eendjes gediend van jouw ideeën?" "Goeie. Ja.", antwoordde Kwik pissig, met erge jeuk aan nou net dat stukje van z'n rug waar-ie nou net niet bij kon om te krabben. Maar Kwuk keek hem zo geïnteresseerd aan en wachtte even, dat Kwik z'n oogjes weer gingen flonkeren en hij begon: “Oh, van alles! Uuuuh, nou hoe we het water schoon kunnen krijgen, want dat willen we al zo lang, enne..... waar we dit seizoen kunnen broeden, en hoe we kunnen zorgen dat de kuikentjes veilig zijn voor de ratten, enne .... waar we nieuw kroos kunnen vinden en hoe we dat het handigst kunnen ophalen, en hoe we dat zo verdelen dat iedereen z’n buikje rond kan eten, enne ..... allerlei slimme manieren om volgende keren weer aan nieuw kroos te komen ...... door bijvoorbeeld eendjes die dat leuk vinden een stukje te laten vliegen. Die kunnen dan zien waar er nog veeeeel meer kroos is, of misschien wel ook leuke vrouwtjeseenden! En als de andere eendjes met me meedenken en soms luisteren en soms vertellen wat zij hebben gezien en beleefd, dan kunnen we vast van alles van elkaar leren. Misschien zelfs wel dingen waarvan we niet eens wisten dat we het niet wisten….. Dat soort dingen. En dan gebeuren er vast nog veeeel meer leuke dingen en dan kunnen alle eendjes weer gewoon doen wat eendjes graag en veel doen: lekker zwemmen en kroos eten en koppeltje duikelen en vliegen en slapen.....

"Maar wat heeft dat nou weer met die bloem te maken?", vroeg Kwek verbaasd. "Niks", zei Kwik, "en mogelijk alles: anders willen toch niet zoveel van onze eendjes graag op ons eiland zitten?! En dan gebeurt er in ieder geval niks anders dan we tot nu toe hebben gedaan." "Ja, maar we hebben al zo veel plannen om ons eiland te verbeteren: we hebben plannen voor een landingsbaan, met bijbehorende landingsprocedures en als alle eendjes dat nou eens zouden lezen en toepassen, dan hadden we ook minder botsingen en zou iedereen toch ook liever landen? En zo hebben we nog 79 projecten! Alle eendjes worden helemaal simpel van alle ideeën...." "Maar eendjes zijn toch ook heel simpel", zei Kwik, "die willen helemaal geen landingsprocedures en ze kunnen ze niet eens lezen. Dus als we daar nou eens mee stoppen en het gewoon leuk maken en lekker met mekaar gaan kwekken (maar ook soms zachtjes kwekken, hoor), dan zijn we toch veel meer eends?"

Maar toen was het bedtijd en alle vier onze eendjes stopten uit vermoeidheid, verwarring, frustratie of met de gedachte aan de wekker van morgen hun snaveltjes onder hun vleugels. Behalve Kwik, die had jeuk en kon niet meteen slapen - anders zouden jullie dit nou niet lezen.....