Shoken, een expert in de sabelkunst, werd sinds enkele dagen lastiggevallen door een rat die zich in zijn huis had gevestigd. De felste katten uit de omtrek had Shoken bij zich thuis laten komen – zijn huis was voor de gelegenheid omgetoverd in een soort arena. Tot ieders verbazing eindigde de strijd altijd volgens een zelfde scenario: de jager nam al miauwend in doodsangst de vlucht voor de rat.
De meester besloot in wanhoop zelf het dier te doden. Gewapend met zijn sabel ging Shoken tot de aanval over. Maar de rat ontweek, snel als de bliksem, alle aanvallen. De meester verdubbelde zijn inspanningen, maar de rat bleef onaantastbaar en de meester, zwetend en buiten adem, gaf het op. Moest hij een deel van zijn huis opgeven ter wille van die vervloekte rat? Dat vooruitzicht deprimeerde hem steeds meer.
Maar op een dag hoorde hij spreken over een kat die op het gebied van jagen de grootste reputatie van de provincie had… Toen Shoken de beruchte kat zag, verdween alle hoop als sneeuw voor de zon – het al oudere dier zag er werkelijk níet uit. Omdat hij toch niets meer te verliezen had, nam hij de kat mee naar huis en zette hem in de kamer die door de rat werd geterroriseerd. De kat ging zachtjes binnen, met rustige passen, alsof er niets aan de hand was. Toen de rat verscheen, bleef die als aan de grond genageld staan – in doodsangst. De kat liep rustig naar hem toe, ving hem en liep met de rat in zijn bek de kamer uit.
Die avond kwamen alle katten die aan de jacht hadden deelgenomen bijeen in het huis van Shoken. De grote Kat, held van de dag, werd respectvol naar de ereplaats begeleid. Een van de katten nam het woord: “Wij worden beschouwd als de eest ervaren katten van het dorp. Maar geen van ons is erin geslaagd met die vreselijke rat af te rekenen, zoals u dat wél is gelukt. Uw meesterschap is werkelijk uitzonderlijk. Wij branden van nieuwsgierigheid om uw geheim aan de weet te komen.”
De eerbiedwaardige Kat antwoordde: “Voor ik jullie de principes van de grote kunst ga uitleggen, de richting van de weg, zou ik graag horen wat jullie zelf al hebben begrepen en waar jullie zijn opgeleid.”
De zwarte kat stond op en zei: “Omdat ik ben geboren in een beroemde familie van rattenjagers, heb ik deze kunst sinds mijn prille kindertijd beoefend. Ik kan sprongen maken van wel twee meter, mezelf in rattenholen wringen nou ja, kortom, ik ben kampioen in allerhande vormen van acrobatie. Verder ken ik alle listen en heb meer dan één trucje achter de hand. Ik schaam me dat ik ten overstaan van die oude rat de aftocht heb geblazen.”
De grote Kat legde uit: “U hebt alleen technieken geleerd. U bent alleen bezig met het plannen van de aanval. De oude meesters hebben die technieken alleen maar uitgevonden om ons te leren een bepaalde taak op de meest adequate wijze uit te voeren. De methode is natuurlijk eenvoudig en doeltreffend. Alle wezenlijke aspecten van de kunst zijn erin vervlochten. Maar die technische foefjes zijn niet het doel van de kunst. Als men de weg verwaarloost, maar de technieken cultiveert, degenereert de kunst die dan naar willekeur kan worden gebruikt. Vergeet dat nooit!”
De tijgerkat kwam naar voren en zei: “Volgens mij is het belangrijkste in de kunst van het gevecht de ki, de energie, de geest. Ik heb er lang aan gewerkt om die te cultiveren en heb nu de krachtigste geest van alle katten, een geest die in staat is Hemel en Aarde te vullen. Zodra ik mij tegenover een tegenstander bevind, maakt mijn ki zich van hem meester en ben ik al zeker van de overwinning nog voor het gevecht begonnen is. Zelf wanneer een rat over een dak loopt, weet ik hem te grijpen: ik hoef mijn ki slechts op hem te richten om hem te laten vallen. Maar met die mysterieuze rat…. Daar kon ook ik niets mee uitrichten. Ik begrijp het nog steeds niet.”
De eerbiedwaardige Kat antwoordde: “U bent in staat een groot deel van uw psychische energie te benutten, maar het feit dat u zich dat zo bewust bent werkt tegen u. Het confronteren van uw tegenstander met uw grote psychische kracht is geen oplossing, want u loopt natuurlijk altijd het risico iemand tegenover u te treffen wiens psychische kracht nóg groter is. U zegt dat uw geest Hemel en Aarde kan vullen, maar daar vergist u zich in. Het is niet de geest zelf, maar slechts de schaduw ervan. Psychische kracht moet men niet verwarren met de geest. De ware geest is een onuitputtelijke energiegolf die als een rivier stroomt, terwijl de kracht van de uwe afhankelijk is van de omstandigheden, zoals een stortvloed alleen bij de gratie van noodweer bestaat. Dat verschil in oorsprong impliceert en verschil in resultaten. Een in de hoek gedreven rat is vaak strijdbaarder dan de kat die hem aanvalt. Hij is op zijn hoede en doordrenkt van strijdgeest. Vrijwel geen enkele kat is in staat dat verzet te breken.”
Vervolgens nam de grijze kat het woord: “Zoals u zojuist opmerkte, wordt een geest altijd begeleid door zijn schaduw en hoe groot zijn kracht ook moge zijn, de vijand kan altijd profiteren van die schaduw. Ik heb met betrekking hiertoe langdurig geoefend: de tegenstander geen verzet bieden, maar integendeel gebruik te maken van diens kracht om die tegen hemzelf te laten werken. Dankzij mijn vloeiende bewegingen en mijn flexibiliteit kan zelfs de machtigste rat me niet raken. Maar die vreemde rat heeft zich niet laten vangen in de val van mijn houding van geen-verzet.”
De oude Kat antwoordde: “Wat u de houding van geen-verzet noemt, is niet in harmonie met de Natuur: het is een verstandelijk bedacht foefje. Een kunstmatige houding van geen-verzet vergt een psychische wil die de kwaliteit van uw waarnemingen beïnvloedt en de spontaniteit van uw bewegingen blokkeert. Om de Natuur zich te laten manifesteren, dient u zich van alle mentale dwang te bevrijden. Als de Natuur haar eigen weg gaat en op haar eigen wijze in u handelt is er geen schaduw meer, geen fout waarvan uw tegenstander kan profiteren…..
Hoewel ik maar een gewone kat ben die niet veel van mensenzaken afweet, wil ik hier toch een vergelijking trekken met de sabelkunst om uitdrukking te geven aan een diepere waarheid. Bij de sabelkunst gaat het er niet alleen om de tegenstander te overwinnen. Ze is vooral de kunst, zich op het cruciale moment bewust te zijn van de oorzaak van leven en dood. Een samoerai moet dat voortdurend in gedachte houden en evenveel aandacht besteden aan zijn spirituele oefening als aan de ontwikkeling van gevechtstechnieken. Hij moet de oorzaak van leven en dood leren doorgronden. Als hij dat zijnsniveau heeft bereikt, is hij vrij om welke ik-gedachte dan ook te koesteren of er welke negatieve emotie dan ook op na te houden – hij verspilt geen tijd aan berekeningen en redeneringen. Zijn geest is dan een geest van geen-verzet die in harmonie is met alles wat hem omringt.
Als men gevorderd is tot het niveau van geen-verlangen is er binnen de van nature vormloze geest geen object meer. De spirituele energie, de ki, zal zich dan op evenwichtige wijze, zonder belemmeringen, verbreiden. Als zij echter door een object wordt aangetrokken, schommelt de energie die dan naar één kant stroomt, terwijl de andere kant van die energie verstoken blijft. De kant met teveel aan energie loopt over en kan niet meer in bedwang gehouden worden. En de van energie verstoken kant wordt onvoldoende gevoed en verschrompelt. In beide gevallen is het onmogelijk adequaat te reageren op de omstandigheden die immers altijd in verandering zijn. Maar daar waar de geest van geen-verlangen prevaleert, wordt hij niet in slechts één richting gedrongen, maar transcendeert zowel subject als object.”
Shoken vroeg toen: “Wat dient men te verstaan onder het ‘transcenderen van zowel subject als object’? De eerbiedwaardige Kat antwoordde: “Omdat er een ik is, is er ook een vijand. Als er geen ik is, is er ook geen vijand. Als u de dingen met een woord ‘labelt’en ze in vaste kunstmatige vormen dwingt, lijken ze uit tegenstellingen te bestaan. Mannelijk tegenover vrouwelijk, vuur tegenover water. Maar als zich in uw geest geen enkel oordeel vormt, kan er zich ook geen conflict van tegenstellingen voordoen. Er is dan geen sprake meer van een ik en een vijand. Als het verstand is overstegen, proeft men een staat van absoluut ‘niet-handelen’ en is men in harmonie met het universum. Men is dan vrij van de dualistische wereld die het verstand creëert. Als er ook maar een minuscuul stofje in onze ogen waait, kunnen we niet meer zien. De geest is te vergelijken met het oog: als er eenmaal een object indringt, is zijn kracht verloren.
Wel, dat is wat ik u wilde uitleggen. Aan u om de waarheid ervan te beproeven. Werkelijk begrip vindt men niet in het geschreven onderricht. Een speciale overdracht van mens tot mens is nodig, maar hoe dan ook – men komt alleen door eigen inspanning tot de waarheid. Onderrichten is niet erg moeilijk, luisteren evenmin. Moeilijk is het, je bewust te worden van wat in jezelf leeft. Satori, het ontwaken, is niets anders dan in het eigen wezen schouwen, zien wie diep van binnen bent. Satori is het einde van een droom. Ontwaken, zelfverwezenlijking, in het eigen wezen schouwen zijn alle synoniemen voor het zelfde.”
Noot van de auteur: dit merkwaardige verhaal komt uit een oud boek over de sabelkunst en is waarschijnlijk geschreven door een meester uit de zeventiende eeuw, van de Ittoryu-school. Duidelijk geïnspireerd door Tao en Zen, gaat dit verhaal over het wezenlijke van het geheim van de krijgskunsten.
Uit: Fauliot & Random – Verhalen van krijgskunst uit China en Japan. ISBN 90-202-5200-3